aan tafel

Deze zomer organiseerde Elin een spellenfestival in haar Drentse achtertuin. Ze nodigde niet alleen iedereen uit die ze kende, maar ook Spellen Zonder Stekker-kameraad Jeroen. Iedereen en Jeroen kwam. Het idee voor deze website was toen net geboren, de samenwerking nog pril, het tere baby’tje kwetsbaar in Jeroen en Elins armen. Gelukkig zagen ze daar, op het spellenfeest, dat het goed was. Of in ieder geval, een goed begin. Deze week bezien we het spellenfeest door de ogen van de organisator. Volgende week mag Jeroen, de bezoeker, eroverheen pissen. Of het bewieroken. We gaan het zien.

Klaar voor de start

Ik heb dus bedacht een spellenfeest te geven. Niet alleen dat. Ik heb het ook een half jaar geleden aangekondigd en zes weken geleden een officiële uitnodiging verstuurd. Zodat mensen komen. Mensen komen! Een uur voor de start vraag ik me af of het zo’n goed idee is geweest. Ik voel me een hyperactief soort vrolijk, een gevoel dat ieder moment kan omslaan. Mijn man, ex-leraar-nu-programmeur Martijn, trekt me mee naar boven. “Alles is klaar. Even niets nu.” Ik ga op bed liggen. Ik staar naar het plafond. Ik hoor vogels fluiten, bladeren ruisen, schapen blaten. Ik hoor autodeuren. “Opa en oma zijn er!” roepen de kinderen. En weer door.

Kalmte voor de storm

We ontvangen mijn schoonouders opgewekt – alles onder controle! Ze zeggen bemoedigende dingen over de partytenten en de spellenkast en trekken zich met een kopje thee terug in de tuin. Mijn dochter Lovis, die op wacht zit bij de voordeur, komt naar ons toe gesprint. “Er zijn nieuwe gasten! Ik weet niet wie ze zijn.” Dan moeten het onze Jeroen en Budgetspelenschrijver Klaas zijn. Ze stappen bedremmeld de achtertuin in. “Zijn we de eersten?” vraagt Jeroen. Hij lacht erbij, maar ik zie dat het menens is. Ik geef ze maar een rondleiding. De wc, de slaapplekken, de tuin, de garage met spellen en voedsel. We eindigen bij de schapen. Dat vinden stedelingen leuk. “Nee, hoef je niks aan te doen,” verzeker ik ze, voor ze denken dat ik van dieren houd. Nog steeds geen andere gasten. Ik stel voor Ligretto te doen. Jeroen haalt zijn schouders op, Klaas knikt dienstbaar.

Ik ben halverwege de uitleg, als de overige gasten plotseling en vrijwel tegelijk binnenstromen.

Het startspel

Jeuzus, het zijn er veel. Dat wil zeggen, niet meer dan een schoolklas, hoor, maar ze komen in groepjes van twee, drie vragen wat de bedoeling is en dan zijn het er best veel. We wijzen mensen haastig de belangrijkste dingen. Martijn deelt speelkaarten uit en houdt het aantal aanwezigen bij. Zodra we de 32 volwassenen bereiken, hebben we genoeg voor het startspel. We zitten ondertussen op 35, maar ik weifel. Ik weet niet meer wat ik ook alweer ging zeggen en hoe we de groepjes zouden verdelen. Maar vooruit met de geit. We gaan alvast een beetje centraal staan en maken grapjes met de mensen om ons heen. Ik scan de aanwezigen. Best veel mensen die elkaar nog niet kennen. Hopen dat het startspel werkt.

We spelen Just One, een woordraadspel waarin je zo origineel mogelijke hints moet bedenken. Het leuke aan dit spel is dat je meteen een beetje ziet welke mensen denken zoals jij. Na een korte openingsspeech sturen we de aanwezigen in vier groepen naar verschillende hoeken van de tuin. Mensen lopen nog wat onwennig met elkaar op. Martijn en ik lopen rond met spelonderdelen en leggen hier en daar de regels uit. Dan kiezen we allebei een tafel om bij aan te schuiven. Ik pak die in de blauwe tent, waar net allemaal lieve, bescheiden mensen bij elkaar zijn komen te zitten en ze een leider lijken te missen.

Just One in actie.

Het spellenmenu

Na Just One ben ik benieuwd wat iedereen gaat doen. We hebben geen vast programma, mensen moeten zich redden met een spellenmenu. Zelf lok ik met een fles prosecco wat mensen de witte partytent in om Ligretto te spelen. Ligretto is een vrolijk en hectisch kaartspel waarin spelers tegelijkertijd hun kaarten proberen kwijt te spelen. Eén van de spelers is mijn oudere zus, Sarah. Ik ben verbaasd dat ze er überhaupt is. Als arts-onderzoeker met twee piepjonge kinderen heeft ze het veel te druk om hier te zijn. Daarnaast weet ik dat ze weinig, zo niet heel weinig met spellen heeft. Maar ze doet vrolijk mee en is er nog goed in ook. “Kom, we doen nog een potje!” roept ze. Mijn hart maakt een sprongetje.

Na het eten zie ik dat de meeste spellen zijn gestaakt. Mensen lopen in kleine groepjes door de tuin en kletsen wat. Dat mag. Toch hoop ik dat het ook weer een spellenfeest wordt.

Jeroen stelt voor om Het Spel te doen. Het Spel? Dat staat niet op het menu. Maakt niet uit, zegt hij, je kunt het zo zelf maken. “Je maakt een bak met briefjes met bekende mensen erop en dan ga je die in teams raden. De eerste ronde mag je de briefjes omschrijven, de tweede ronde alleen uitbeelden en in de derde ronde zeg je één woord.” “Oh!” roep ik. “Dat ken ik! Wij noemen het Who’s the Man.” In de bredere spellenwereld heet het ook wel Time’s Up of Monikers. Maar vergeet die namen weer: je maakt het dus zo zelf (de regels staan hier). Laat iedereen vier briefjes aan de poel toevoegen en je bent klaar.

Ik roep zoveel mogelijk mensen bij elkaar. We verzamelen in de witte partytent en vormen drie teams. Ik verspreid memoblaadjes en pennen over de groep. Uiteindelijk zal de bak met briefjes drie keer “Trump” bevatten, maar dat geeft niks. Freddy Mercury verandert na drie rondes in “snor”, “Lady Gaga” brengt vooral verwarring tussen de generaties en het cryptische “Je moeder”, dat uitgerekend mijn moeder moet uitbeelden, leidt tot grote hilariteit. Mijn feministische zusje ziet haar favoriete schilderes Frida Kahlo tot haar schrik als zangeres de boeken in gaan.

Het Spel

Het klapstuk

Om 23u is het tijd voor het klapstuk van de avond: Two Rooms and a Boom, een geheime-rollenspel dat fantastisch moet zijn en ik speciaal uit Amerika heb laten overkomen. We verdelen zo’n twintig spelers over twee ruimtes, waar ze gedekt een blauw of rood teamkaartje met een bepaalde missie ontvangen. De algehele bedoeling is erachter te komen wie de President (team blauw) is en wie de Bom (team rood). Team rood wil dat de Bom in dezelfde ruimte eindigt als de President; team blauw moet dit juist voorkomen. Als je het nog niet begrijpt, dan ben je niet de enige.

Onder de spelers is nu eindelijk ook mijn Martijn. We hebben elkaar de hele avond weinig gezien, omdat ik meer van de grote-groepspellen ben en hij van de introvertere party games (Sushi Go Party!, Sheep and Thief, Deception: Murder in Hong Kong). Two Rooms is echter helemaal zijn ding. Dat komt doordat niemand hem ooit van kwade bedoelingen verdenkt. Mij vertrouwt nooit iemand in zo’n geheime-rollenspel, waardoor ik nergens mee weg kom. Life’s not fair, is it? Door de overige spelers wordt het spel gemixt ontvangen. Ongeveer de helft van de spelers geniet van het konkelfoezen (konkelfoezen? Ja, dat is een woord!); de andere helft loopt wat te dralen en voelt zich ongemakkelijk. Geen crowdpleaser als Het Spel dus. Oh well, verbeterpunt voor volgend jaar.

Dit is een party game. Een stille. 

Na een paar potjes is het pikkedonker buiten. De meeste gasten zijn ondertussen naar huis of naar bed gegaan. Met zo’n tien overblijvers verkassen we naar de tunneltent, waar het nog warm is. We spelen een paar rondes Spyfall, maar daar zijn de meesten eigenlijk te dronken voor. Jeroen probeert uit te leggen hoe The Resistance: Avalon werkt, maar brengt vooral de slappe lach teweeg. Spellen beginnen zo langzamerhand heel erg bijzaak te worden. We vreten de laatste zak M&M’s leeg en pakken When I Dream er maar bij. Daar mag je een slaapmasker bij op. Om 2u besluiten we dat het bedtijd is.

De volgende ochtend

Ik word vroeg wakker om alvast wat op te ruimen. Heb ik vorig jaar ook gedaan en maakte toen mijn hoofd fijn leeg. Dit jaar is de chaos beneden toch licht overweldigend. De keuken staat vol aangekoekte pannen en stapels servies. In de tuin liggen bordjes eten, bierflesjes en chipszakken. In de garage staat nog een groot deel van het lopend buffet. Goed. Eerst de keuken leeg. Ik loop naar binnen en tref daar David, een van de logées. “Koffie?” stel ik voor. “Lekker.” Of hij ook iets kan doen. Oh, nee joh. Nou ja, misschien in de tuin, alvast wat dingen in de vuilnisbak gooien? David gaat aan de slag. Andere logées druppelen binnen en lopen door naar de tuin. Ik blijf spoelen. Af en toe wordt een nieuwe stapel afwas neergezet. David komt ook weer binnen, pakt een paar zakken afbakbroodjes en gooit ze in de oven. “Mag ik gewoon wat dingen uit de koelkast pakken?” vraagt hij. Tuurlijk, help jezelf!

Als ik na een tijdje de afwas heb weggewerkt, loop ik de tuin in.

Het spellenmenu

Daar tref ik een onverwacht idyllische scène. De speeltafels zijn aaneengeschakeld tot één lange, rijkelijk belegde ontbijttafel, waar al zo’n acht man omheen zit te eten, te praten en muziek te luisteren. Alles is opgeruimd. De zon schijnt. “Kom lekker zitten,” zegt David. “Ik zet nog wel koffie.” De rest van de ochtend blijven we rond de ontbijttafel hangen. We praten wat, we eten wat, we drinken liters koffie. Af en toe schuift de volgende, verfomfaaide logé aan of staat er een op om te douchen. Het leven is goed. We spelen nog wat Dixit, Menara en Las Vegas en dan stappen de laatste mensen in de auto om naar huis te gaan.

Pffff, het is voorbij.

De suppliers of fun

Een spellenfeest organiseren en begeleiden is veel werk. We begonnen maanden van tevoren met uitdenken en waren de twee weken ervoor fulltime bezig met de praktische voorbereidingen. Vanwaar al die moeite? We verdienden er geen geld mee of zo. Nee, het gaat erom dat je met zo'n spellenfeest de ‘supplier of fun’ bent, de leverancier van een fijne tijd. Je ziet dat wat jij in gang hebt gezet, mensen bij elkaar brengt en plezier geeft. En dat zit verdomde dicht bij de zin van het leven.

Op naar het volgende spellenfeest! We broeden op iets groots. Misschien wel met Spellen Zonder Stekker.

Misschien, hoor.

Lees komende maandag het relaas van de bezoeker: Jeroen kwam, zag en speelde spellen.