aan tafel

Deze zomer bezocht Jeroen een spellenfestival in een Drentse achtertuin. Hij was uitgenodigd door Spellen Zonder Stekker-maat Elin. Er waren ook andere lieden. Het idee van de website was toen net geboren, de samenwerking nog pril, het tere baby’tje kwetsbaar in hun armen. Gelukkig zagen ze daar, op het spellenfeest, dat het goed was. Of in ieder geval, een goed begin. Maar hoe is dat, zo’n spellenfeest? Vorige week keken we door de ogen van Elin, de organisator. Deze week mag Jeroen, de bezoeker, eroverheen pissen. Of bewieroken. We gaan het zien.

Naamstickerconsternatie

“Krijgt iedereen zo’n naamsticker?” vraag ik. “Nee, niet iedereen.” Elins wederhelft Martijn lacht erbij, maar ik zie dat het menens is. Slechts enkele uitverkorenen, aangewezen als bordspelambassadeurs pur sang, dragen de eer (en daarmee verantwoordelijkheid) van Naamsticker. Zij mogen de spellen uitleggen en de boel een beetje in het gareel houden. Ik kies er één met een watermeloen. Dat rijmt immers op Jeroen.

Voordat de stilte ongemakkelijk wordt, vraag ik of we de eersten zijn. Elin kijkt me ernstig aan. “Ja en nee. Mijn schoonouders zijn er al, maar die horen een beetje bij het meubilair”. Nadat ik me heb voorgesteld schenk ik wat drinken in. Versgeperst perensap, dat vinden ze hier heel gewoon. Ik kijk rond in de tuin. Heel even bekruipt mij een gevoel van angst. Zijn wij de enige genodigden? Een enorme tuin met tenten, klaar voor, ja, voor wat eigenlijk? Er staan schapen in een weitje. Zwarte schapen. Is dit stiekem een sekte?

In een poging hem te peilen kijk ik naar Budgetspelenschrijver en rijbewijshouder Klaas. Hij ziet er niet bezorgd uit. Zou hij erbij horen? Ik kijk naar "Klaas". Bij gebrek aan een beter rijmend stuk fruit wordt zíjn sticker gesierd door een ananas.

Dan weet ik het. Klaas en ik moeten onze naamstickers omdraaien. Ik moet verwarring zaaien, nog voordat er meer gasten arriveren. Als er verder niemand komt, heb ik hier in ieder geval nog plezier aan. En mocht dit een sekte zijn en ik ga mezelf compleet verliezen in een orgie van schapenbloed, dan in ieder geval niet met mijn eigen naam, potdomme.

Jeroen is dus eigenlijk Klaas.

Van het ene op het andere moment, zo lijkt het, staat de tuin vol met totaal onbekende mensen. Of nou ja, voor mij zijn ze onbekend. Ik mag hopen dat Elin en Martijn deze lui wel bekend voorkomen. Wat schuchter geef ik een paar willekeurige mensen een hand. “Hi, ik ben Jeroen.” Omdat ik alweer ben vergeten dat er “Klaas” op mijn borst geplakt is, kan ik de verwarring niet plaatsen. Hij staat natuurlijk op z’n gemak aan de andere kant van de tuin met andere mensen te praten. Ik zie dezelfde verbaasde blikken in zijn richting. De grap werkt alleen als je naast elkaar staat. Ach, die Klaas. Fijne vent is het toch. Het is maar goed dat ik hem heb meegenomen. Of heeft hij mij meegenomen? Het is immers zijn auto.

Dan gebeurt het: we worden onderverdeeld in groepjes voor Het Openingsspel. Ik neem afscheid van Klaas en pak maar snel een biertje uit de koelkast. Van die schapenbloedorgie lijkt tot nu toe geen sprake te zijn. Ergens is dat natuurlijk wel jammer, maar tijd om erover na te denken heb ik niet. Er moet een spel gespeeld worden.

Natte krant

Aan tafel stelt iedereen zich nog even voor. Dezelfde consternatie om die naamsticker natuurlijk. Olga, het zusje van Elin, besluit dat ik vandaag Wouter heet. Ik protesteer niet want ik heb het een beetje over mezelf afgeroepen. Ik heb Just One nog nooit eerder gespeeld, maar het is een perfecte ijsbreker. Of de makers het zo bedoeld hebben weet ik niet, maar je merkt heel snel wie er qua denkwijze en humor op dezelfde golflengte zitten.

Hier, bij Just One, realiseer ik me voor het eerst deze dag, dat hier mensen naartoe zijn gekomen om een ervaring te delen, niet om een bordspel te spelen. Het spel is een middel (een heel leuk middel welteverstaan!), de beleving het doel. Later zal blijken dat het idee voor deze website zich op dit moment verder in mijn hoofd ontwikkelt. Daar sta ik nu niet bij stil. Ik ben met een spel bezig. Of nee, met mensen waar ik toevallig een spel mee speel. Met David (vriend van Martijn) en Olga heb ik vrijwel direct een klik. De rest van de dag zijn we onafscheidelijk.

Er speelt een jongen van een jaar of vijftien mee. Hij kiest (zonder het dus zelf te weten) het woord "krant" uit. "Ja dit is dus een generatiekloof”, merkt Olga op. De hints zijn goed en verwijzen duidelijk naar krant. "Drukpers", "natte" en "Parool" zijn toch duidelijk? Helaas, de jongen raadt het woord niet. De generatiekloof is een feit en ik voel me oud.

Eigenlijk hoeven we maar één potje te spelen van de organisatie. We doen er twee. Ik vraag me af of dat door Just One komt, of door dit groepje mensen dat het wel met elkaar lijkt te kunnen vinden. Als het klaar is werpen we een blik op de menukaart. Daar staat dus geen eten op, maar wel spellen. Een geniaal concept als je het mij vraagt. De spellen zijn op logische wijze onderverdeeld, waardoor een niet-bordspeler makkelijk een keuze kan maken. Er staat zelfs bij hoe snel het spel is uitgelegd!

Het menu (1)

Ik heb zin in nog een sociaal spel en merk dat mijn nieuwe naamstickerloze vrienden tegen me op kijken. Gelukkig deel ik verantwoordelijkheid met de menukaart. Ik stel Spyfall 2 voor. Iemand anders kent het ook en er wordt ingestemd. Terwijl de schapen rustig toekijken, deduceren wij spionnen en locaties.

Een vertekend beeld

We zitten in de witte tent. Het groepje waar ik mee begon, is uiteengevallen en Elin is er bijgekomen. Ze stelt een spel voor waarbij je moet tekenen. “Maar ik kan helemaal niet tekenen,” protesteer ik. “Mooi. Dat is precies de bedoeling,” zegt Elin. Ik doe mijn mond open maar er komt geen geluid meer uit. Blijkbaar staat dit gelijk aan een toezegging.

In Wat Schets Je Me Nou?! schrijf je een woord op in een boekje. De volgende speler moet van dit woord een tekening maken op de volgende bladzijde. De speler erna bekijkt de tekening en schrijft een woord op de volgende bladzijde. En de volgende speler maakt van dat woord weer een tekening.

Ik ben op zoek naar een ontekenbaar woord. Iets geks. Brexit! Dat zal Olga leren, met haar “drag queen”. Ik ben daar nog steeds boos over. Gniffelend en met gepaste trots om het woord Brexit passeer ik het boekje. Maar helaas. We komen één speler te kort dus de woordbedenker moet ook de eerste tekening maken.

Van binnen huil ik. Niemand ziet het.

Ik teken de Britse vlag met een pijl erdoor. Olga ziet het meteen. Uiteindelijk verandert Brexit in een spiegelei en dat is wat dit spel zo leuk maakt: aan het einde krijg je je eigen boekje terug en laat je aan de rest zien wat er uiteindelijk van jouw woord is gemaakt. Er komen leuke associaties uit. Zo is een centaur aan het eind een koe en verandert Kabouter Plop in Gandalf.

Klaas en Finn bewonderen de spellenkast

Het is weer etenstijd. Het ideale moment om eens rustig de dag door te nemen. Ik bespreek de mislukte naamstickergrap met Klaas onder het genot van een maaltijdsalade. Over het feest zijn we unaniem: dat is vrij leuk tot nu toe. Ik besef ineens dat ik hem weinig heb gezien vandaag, maar dat is helemaal niet erg. Niet dat Klaas onaardig is (integendeel!). Het is meer dat dit feest zo laagdrempelig van opzet is dat je makkelijk nieuwe mensen tegenkomt. Spellen kunnen verbinden en dat doen ze hier zeker.

We zijn er bijna

Na het eten komt een bevriende (lokale) groenteteler langs om zijn waren te verkopen. De beste man dacht natuurlijk: daar op dat feest zijn stedelingen, dat vinden ze mooi. Klopt, wij vinden dat mooi. Maar zomaar, bij iemand in de tuin komen om daar groenten te verkopen, dat vinden wij dan weer ongepast. Of nou ja, ik vind het ongepast. Voordat ik er iets over kan zeggen wordt mijn aandacht volledig opgeslokt door de vraag van Olga. Of er ook kinderen van mij rondlopen op dit feest. Een grappige vraag. Het idee van kinderen krijgen staat ongeveer even ver van mij af als de afstand naar mijn huis op dit moment.

Met een melancholische blik dwaal ik af. Hoewel Elin en ik veel raakvlakken hebben, zijn onze levens compleet verschillend. Zij woont met haar gezin in een mooi huis in Veenhuizen. Ik woon alleen in een klein appartement in hartje Den Haag. Het is mooi om te zien dat we elkaar toch zijn tegengekomen. “Wouter?” Hoor ik ergens vandaan komen. “Ben je er nog? Je kijkt zo melancholisch in de verte ineens.” Terug op aarde zie ik dat de groenteman zijn groenten in het busje stalt. Misschien maar goed ook. In mijn ervaring zijn spellen en groenten geen goede combinatie.

Het Spel

Na Het Spel (door het briefje “je moeder” mijn hoogtepunt van de dag) kom ik David weer tegen. Hij staat vrolijk cocktails te mixen. Vrolijk? Ja, hij heeft er zelfs een hoedje bij opgedaan. Hij schijnt het elk jaar te doen. Cocktails mixen bedoel ik. Ik pak mijn moment en vraag wat hij nou echt doet. “Leraar Economie.” Het is een oud-collega van Martijn, die hij nog kent uit Amsterdam. Inmiddels is hij met Martijn en Elin goed bevriend geraakt. Blijkbaar zijn dit mijn soort mensen en ik realiseer me dat ik makkelijk nog jaren met Elin kan werken. Terwijl ik een slokje Margarita neem schuift Elin aan. We praten over het leven en filosoferen wat over Spellen Zonder Stekker. Dat de mensen die hier zijn toch verdomd dichtbij onze doelgroep zitten. Een naam hebben we nog niet. “Borden Met Vrienden?” “Misschien wat absurdistisch, maar ik heb het gevoel dat we er bijna zijn.”

Terwijl de cocktails mij naar het hoofd stijgen, spelen we Two Rooms and a Boom. Ik behoor tot de groep die wat ongemakkelijk staat te dralen. Voor mij is dit spel iets te chaotisch. Daarna duiken we met de laatste overgeblevenen een tent in voor de laatste spellen. Ik geniet van de oprechtheid, de grapjes, de mooie mensen hier. Dan is het tijd om te slapen.

Koffie. Veel koffie

De volgende ochtend ruimen we rustig de boel op en drinken we koffie. We luisteren naar muziek (men blijkt bekend met de band LCD Soundsystem en dit is nu officieel het beste weekend ooit) en eten stokbrood met brie. We spelen Dixit want mensen schijnen dat leuk te vinden. Ik heb meer met woord-associaties dan met plaatjes, denk ik.

Even raken we afgeleid door Finn, het zoontje van Elin. Hij heeft ruzie met zijn vriendje Oscar en staat uit te huilen bij zijn moeder, omdat hij zich even geen raad weet met de situatie. Elin laat haar opvoedskills zien door Finn een essentiële levensles over het geven van feedback te leren: “Zeg maar tegen Oscar dat je dat niet leuk vindt en dat hij dat niet meer moet doen.” Finn loopt weg en scandeert luidkeels: “Fuck jou, Oscar!” Hilarisch.

Het menu (2)

Tot besluit doen we nog een potje Las Vegas en dan is het de hoogste tijd om naar huis te gaan. Samen met Klaas rijd ik de zonsondergang tegemoet. We zijn het erover eens: dit was een verdomd goed spellenfeest.

Wat vind je van onze site? Wat mis je nog? Heb je een tip voor een leuke plek waar mensen bordspellen spelen? Laat het ons weten! Mail naar Elin of Jeroen of laat hier een bericht achter. Of stuur ons iets via Twitter.